Moeders

 

Moeders

Ik was 28 toen ik zwanger werd. Het ging me niet vanzelfsprekend af. Ik moest wennen aan alles. Naast dat mijn lichaam veranderde kon ik opeens niet genoeg krijgen van negerzoenen en de geur van Ajax. Daarnaast twijfelde ik aan alles. Zou ik mezelf straks nog wel zijn. Was ik lelijk nu? Zou mijn hele leven veranderen? Wat als ik het niet leuk zou vinden? Ik was een hormonale kermis.

De bevalling was thuis en begon de zaterdagochtend. Ik wist het dit keer zeker. Rick bouwde het bad op en we kochten zonnebloemen. De dag ging rustig voorbij en in de avond belden we, toch maar, de vroedvrouw, voordat het nacht zou worden. Ik zei tegen haar; ‘als dit het is, bevallen, dan valt het best mee!’. Ze lachte terwijl ze waarschuwend antwoordde ‘dat heb ik nog nooit een vrouw horen zeggen.’ Alles was goed, één centimeter ontsluiting. Ze kwam later terug zei ze, en vertrok. Toen begon het, er barstte een orkaan in me los. Ik ging van het toilet naar de badrand, naar de stoel en terug. Rick zei ‘ga het water in’ ik ging. Het water was warm en sloot zich als een geruststellende deken om mij en mijn dikke buik, heen maar ik kon alleen maar denken – dit kan ik niet, dit kan ik niet- . Ik voelde de paniek in me omhoog komen, ik kon hier niet onder uit, ik moest dit doen. Ik focuste me op het gordijn met de poppetjes, of iets dat ik op poppetjes vond lijken, dit werd mijn redding. Ik voelde de paniek weggelijden. Vanaf dat moment had ik een houvast. De uren erna regen zich aan elkaar. Tegen de ochtend belde Rick de vroedvrouw weer. Ze kwam, Betty. Betty was stevig met grote borsten. Ze kwam binnen, snoof de lucht op en zei ‘dat gaat goed.’ Na een check bij mij en de conclusie dat het goed op weg was, ging ze een kopje thee drinken met Rick in de keuken.

Ik dreef in mijn eigen wereld, mijn oren onder water, was stoned van alle endorfines die los waren gekomen in mijn lichaam en die zich dus duidelijk. Ik mediteerde bij iedere pijn-golf op de poppetjes in het gordijn, raakte ieder bewustzijn van tijd kwijt en was nergens anders dan in deze enorme natuurkracht.

Ze kwam terug uit de keuken en zei ‘het laatste stukje’. Ze stond aan de rand van het bad en op haar zwarte shirt met korte mouwen las ik – Party City Amsterdam-. Ze maakte een opstropend gebaar over haar armen alsof het shirt lange mouwen had en plaatste een spiegel in het bad. Zo zag ik Bonk geboren worden. Nog onder het oppervlak keek hij de wereld in en draaide zich omhoog. Terwijl Rick, die inmiddels achter me in het bad zat, hem opving, herkende ik iedere beweging van zijn lichaam, niet vanuit een eerder zien maar vanuit een voelen. Zijn ogen waren wijd open, hij keek ons aan en ik wist dat ik deze jongen altijd al had gekend.

Vanaf dat moment was alles anders. Ik was verandert. Als ik door de stad liep keek ik naar de andere moeders en realiseerde me dat zij allemaal hetzelfde hadden meegemaakt. Ik voelde me verbonden, was trots op al die vrouwen. We deelden een geheim wat niet uit te leggen was, alleen aan elkaar. In het park keek ik naar een moeder met een baby op een kleedje en herkende haar houding. Zoals ze daar zat met haar rug recht, het kindje voor haar, een leeuwin. Ik zag de blik in de ogen van vrouwen achter kinderwagens. De vrouwen met babytjes in draagzakken. De moeders later op school of in de speeltuin. En met een knikje van herkenning en een klein glimlachje groeten we elkaar. Wij waren moeders.

Een paar weken na de geboorte van Bonk, bedacht ik me hoe nonchalant ik was omgegaan met de geboorte van de kinderen van mijn oudste zus. Het was toen nauwelijks bij me binnen gekomen. Ik was plichtsgetrouw op kraamvisite gegaan. Had ongetwijfeld ge-oht en aht maar had niet begrepen wat ik nu wist. Een gevoel van schaamte bekroop me.

Ik belde haar op. Ze nam op en als vanzelf ontspon zich een gesprek over onze kinderen, over moeder zijn. Toen we een tijdje hadden gepraat vertelde ik haar mijn schaamte en zei dat het me speet, dat ik niet had beseft hoe groot, hoe intens, dat ik haar toen niet had begrepen. Dat ik me nu pas realiseerde wat het betekende, moeder zijn.

Ze luisterde en lachte, ‘zusje’ zei ze, ‘dat geeft niks, dat geeft helemaal niks, het is toch logisch, je hebt nu eenmaal moeders en niet moeders en dat zijn twee verschillende werelden’.

Ik knikte aan de andere kant van de lijn. ‘Ja’ zei ik, dat klopt.