Wat ook zou kunnen

we weven angst door ons zweet
wat verbindt, alleen samen blijft
het vliegtuig in de lucht
de volgende straat om de hoek

jij weet hoe en wat van formulieren
ik heb genoeg pennen in mijn tas
we tikken met vingers op de ramen
reisbestemmingen, de routes van de bus

als de roltrap, stijl, ons meters diep brengt
de muren van zand zich boven ons beramen
op de val, stort dat niet in, door jou en mij
zijn wij, een huis voor de wolf die we tatoeëerden
in een nieuwe taal op onze huid

we overleggen veel, we moeten weten
om te weerleggen of iets een waarheid is
of andersom uitgelegd ook zou kunnen
dat schrijf ik op terwijl jij de sloten inspecteert
en de kinderen zich omdraaien in hun bed

jij zorgt dat je op de hoogte bent
van het laatste nieuws
ik zorg dat we steeds weer
thuis komen
dat is goed

tot de dag dat ik boodschappen doe
in een verre stad de straten niet ken
toch de weg weet zonder jou
en dat jou dat eigenlijk niet verbaast

je de volgende dag zelf de brug over gaat
even alleen wil zijn, daar straten vindt die ik niet
of heb gewezen en toch thuis komt als blijkt
dat angst de leugen is of andersom

dat is mooi
of niet