Waar ik ondertussen was

Ik veeg de voetstappen van de trap
de haren van jouw jas
zo gedurende de dag
verlies ik

een lach, wat losse woorden
blijf ik achter bij de kassa, de bus, waai
als gevallen blad naar de hoeken van de stad
blijf hangen in de ogen van de kat het zwart
van de kraai op het gras, de cirkels van de regen
druppels in de plas

piketpaaltjes plaatsend sla ik om
rechts of links het is een onbegonnen werk
deze dwaalsporen van mij

met de mouw langer dan mijn handen
veeg ik thuisgekomen mijn naam van het raam
alleen de gek laat hem daar staan
en jij die hem schreef om me te herinneren
waar ik was

dan kom jij ook thuis en roept
de druppelende letters van mijn mouw

kruip ik uit het kozijn, blijf staan
herken mijn naam, rek me in mijn rug
zet de nodige stappen uit de hoeken
trek de cirkelende gedachten uit de plas
plaats mijn lippen over de streep op het glas
kraai zwart de retorische vraag

– hoe was jouw dag

Heroes

In het nachtwater staren grijze reigers naar vis
in langzame passen als oude dansers
ik weet niet of de vis er is

jagen of gejaagd worden
wat gebeurt er met mij
ben ik de vangst de prooi het offer
draag ik de geur van een maal
of ben ik de moordenaar in dit verhaal

koksmeeuwen wentelen zich verderop in het water
vliegen daarna zilverend op als een nachtelijk feest
de late jogger hijgt Bowie door het donker

O

Drink drink drink
drink er een op mij, drink
drink drink drink
neem er een drink
drink op drink drink drink
drink O drink O drink drink drink
drink er een, drink er een, drink
drink drink toch een op mij
O drink, drink drink, drink O mij
drink drink O drink O drink O
drink O mij drink drink
drink O Mij, O

Al dat zwart

Twee passen opzij is de muur – hand plaatsen zacht leunen
oppassen om niet te verdwijnen op dit uur zo tegen de avond
weet je het nooit met al dat zwart in de uren

vier passen vooruit en aanschuiven niet gaan zitten het raam
er is een andere wereld de duiven warmen zich er aan elkaar

de schaduwen de lantaarnpaal het licht dat de straat doet bewegen
soms kom ik de buren tegen nu schuiven ze de gordijnen dicht

er is te weinig licht om mij te zien dat is goed ik sta hier goed
omlijst en wel zal de avond dieper vallen achteruit zal ik voet
voor voet de weg wel vinden om de dag opnieuw te beginnen

Rond de een miljard

Hij zegt dat je van een uur geen avond kunt maken, hij heeft slecht geslapen
de kat hoort het niet, ze is doof geworden, net als ik

soms verdwijnt mijn lichaam in een dubbele hartslag
dan ga ik zitten, mijn handen op mijn benen

ik las dat zoogdieren, bij benadering, dezelfde hoeveelheid hartslagen leven
zegt mijn hoofd – kleine dieren leven korter, kleine harten kloppen sneller

ik probeer rustiger te ademen, de bloedsomloop trager te denken
denk aan kleine dieren en dat de kat ook doof blijft snorren

ik reken uit wat een gemiddelde zou kunnen zijn
ik moet sparen

Blazen tegen glas

Van alles wat we eerder wilden vergaten we het belang de adem
blazen tegen glas en namen schrijven, dansen

over bevroren grachten in de nacht gaan liggen
op het koude ijs zeggen dat het kraakt, de handen vast

het zuchten van water horen, lippen vastgevroren, niet
het ijs likken de klaterende lach in brokjes tussen onze vingers

de voeten voorzichtig langs het wak, ook dat, het terug
op de kade klimmen het duiken in de portieken

de weg vervolgen zonder jou van blazen tegen glas
en namen schrijven het belang vergeten

De risico’s variëren

Er zijn maar weinig landen waar de mens geen plaag is
dat maakt de meeste mensen niet uit.

Het bos zit niet in de geur van dennennaalden
gevaar wel in de oplichtende ogen van wolven langs de weg.

Zo zijn we vergeten te kiezen voor de grote honden
hoever het lopen is voor de avond valt.

Waarom de huizen aan de rand van het dorp minder geliefd
– het dichtst bij het woud – de hekken hoger zijn.

Hoe schel de jakhalzen kunnen keffen in een verlaten pand
hoe zwart de nacht sluipt stil de wolf.

Hoeveel handen op een buik als angst door kieren kruipt
hoeveel thuis als gevaar de deuren sluit.

Er zijn maar weinig mensen die weten wat een plaag is
dat maakt de meeste mensen niet uit.

 

 

Jonge harten

Op de drassige grond van drankgelag en wilde paarden
vluchten jonge harten door het dal. Ze zijn bij voorbaat
verdwaald, beter, alleen zo het verhaal bij thuiskomen.

Ze drinken op het avondmaal en alles erna, vergeten zichzelf
verliezen halsoverkop het hoofd en dansen droef
de duisternis tegemoet, wat anders.

Flakkerend een laatste plaat en groet, voeten in draf
op dit uur is alles gered en is thuis eender welk bed
staat de ochtend op haar plaats, ontwricht dat wel.

Dus beter te slapen in een kudde op hol geslagen
dromen tot er nieuwe nachten komen of een dag
om voor op te staan.

Wit

Ik ben de witte koe met haar poten in de wei
de ronding van het blad dat zich draait
op de wind, de wind zing ik waaiend
net als de hymne

alles in mij keert zich wit, mijn hart
lege kamers witgekalkt, de binnenkant
van mijn hoofd

zo de bessen aan de struik, de vogel
die hen eet, de dagen achter de hand
de vragen, het luisteren op een oor

ik ben de druppels in de plas, de regen
voor de deur, de dichtheid van het glas
gedempte geluiden

in de sleur van iedere dag, zo ben ik, zal ik
zijn, niets meer dan wit
in wie ik was

 

 

 

 

 

Immuniseren

                                      

Mijn dochter had afgelopen donderdagmiddag een wiskundeproefwerk. Dit stond netjes vermeld in de digitale studieplanner, net als al het andere huiswerk, de studiewijzer, de uitgewerkte leerlijn en de digitale leermiddelen, plus sites etc.
In de avond kwamen, via de klasgenoten in de groepsapp, de eerste cijfers binnengerold. (De leerlingen, en ook de ouders, krijgen tegenwoordig bij ieder nieuw cijfer een pop-up op hun telefoonscherm. Wat vervolgens door de leerlingen gedeeld wordt, logisch, in de groepsapp.)
Vandaag, zondagochtend, kreeg ook mijn dochter een nieuw cijfer. Vol enthousiasme vertelde ze ons het resultaat, wat we, als we iets eerder op ons scherm hadden gekeken ook zelf hadden kunnen zien.
Naast haar stond haar vriendin, die net nog vrolijk door het huis danste, iets minder gelukkig te wezen. Haar cijfer viel tegen. Vervelend zo op de zondagochtend.
Ook mijn zoon van negentien kan dag en nacht digitaal zijn vorderingen op de Uva volgen en krijgt in de avond en op zondagen berichten en cijfers binnen.

Geweldig allemaal, toch?

Niet veel later zie ik het bericht over de griepprik (weer) voorbij komen. We kunnen docenten zo slecht missen in deze tijden van tekorten op de arbeidsmarkt dat we ze zelfs willen immuniseren tegen mogelijk uitval.

Ik denk aan de cijfers die in avonden en op zondagochtenden binnenstromen. Alleen al voor mijn kinderen zijn een aantal docenten in de avond en in het weekend aan het werk. Het nakijkwerk en de voorbereidingen voor de lessen, net als de digitale uitwerking van al deze facetten, gebeurt thuis. Uit ervaring weet ik dat dit voor docenten vanzelfsprekend erbij hoort. Wanneer moet je dit anders doen?

Wanneer worden mensen ook alweer bevattelijk voor ziekten? Bij te weinig rust?

En dan onze kinderen; is het gezond om in de avond en in het weekend updates te krijgen over je cijfers, nieuwe opdrachten, assignements en inleverdata? Legt dit niet een doorlopende druk op hen? Een doorlopend gevoel van niet ‘vrij’ zijn. Is het niet noodzakelijk voor ieder mens om even geen verantwoording, geen verplichting te hebben. De broodnodige rust te krijgen in onze hectische, prestatiegerichte maatschappij. De tijd krijgen om tot rust te komen, weerstand tegen ziekten te behouden, plezier te houden in de dag, niet op te branden.

Wat is de oplossing?
Nee, de telefoon de deur uit ligt niet meer binnen de mogelijkheden. Deze is tenslotte een maatschappelijk gemeengoed geworden. De berichten uitzetten. Ja, kan. Dan moet de appgroep ook uit, dat dan wel.
Leraren alleen tijdens schooluren laten werken en invullen? Cijfers in de klas teruggeven?

Oh wacht, ik heb wel een idee:
We kunnen de leerlingen ook een griepprik geven!

Weet iemand of je ook kunt immuniseren tegen een burn-out, depressie of de gevolgen van stress?
‘Wat zegt u? Oh daarvoor heb je geen vaccin nodig maar rust! ‘
Simpel toch!?