Waar ik ondertussen was

Ik veeg de voetstappen van de trap
de haren van jouw jas
zo gedurende de dag
verlies ik

een lach, wat losse woorden
blijf ik achter bij de kassa, de bus, waai
als gevallen blad naar de hoeken van de stad
blijf hangen in de ogen van de kat het zwart
van de kraai op het gras, de cirkels van de regen
druppels in de plas

piketpaaltjes plaatsend sla ik om
rechts of links het is een onbegonnen werk
deze dwaalsporen van mij

met de mouw langer dan mijn handen
veeg ik thuisgekomen mijn naam van het raam
alleen de gek laat hem daar staan
en jij die hem schreef om me te herinneren
waar ik was

dan kom jij ook thuis en roept
de druppelende letters van mijn mouw

kruip ik uit het kozijn, blijf staan
herken mijn naam, rek me in mijn rug
zet de nodige stappen uit de hoeken
trek de cirkelende gedachten uit de plas
plaats mijn lippen over de streep op het glas
kraai zwart de retorische vraag

– hoe was jouw dag

1 Reactie

  1. Wat een prachtig gedicht! Een eenzaam maar omarmd moment. Dank , Grtzz Mariette Brinkman

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.