Tussen haken

In het huis voor zieken hoor ik onze stemmen
kaatsen, tegen hotel witte wanden. We proberen het;
knijpen onze ogen dicht, zijn bij zee,
in een vorig land, jij lacht, mijn zus.

We trekken de minibar open maar plunderen niets,
het loopt hier uit de hand, zusters zeilen binnen,
met handen vol aan ons, of eigenlijk jou
wat kunnen we beginnen als je steeds weer

tussen vingers door blijft glippen.
Je lacht, zus, en ziet ons al zwemmen,
daar betalen we goud voor, de sjacheraar
die ons meer biedt dan deze; doodlopende tripjes

door dalen waar de bomen ons de adem benemen maar
een bezoek aan de toppen niet in de koop is inbegrepen.
Je schuift je heup en trekt aan pijn,
we nemen de rolstoel niet mee, herinneringen
naderen het dichtst ons verlangen

daar horen rennende benen bij.
We ketsen al vlug als kogels terug
van de wanden, branden vragen af, oh zuster,
we proberen er echt niet in te blijven steken.

(dat maar niets zal breken! op dit bezoekende uur)

Ik breng mijn hand omhoog en kruis bedreven mijn vingers
een schaduwvogel op de hagelwit beschoten muur.

Ziek

Het was maandag en dag
zo was nog het feit
ik lag alleen in het bed
groot wit vlak in een verduisterde kamer
ik riep ‘red mij’ maar niemand hoorde me
het wit vloeide uit, waarin ik verhitte tot lava
en verdween, iedere minuut werd een wachten
ik stak handen uit naar koortsige passanten
maar iedereen loste op in zichzelf
en ik bleef
roepen
Red mij
Red mij

tot mijn longen pijn deden en mensen
zich over me begonnen te buigen
maar me niet meer konden vinden
ze zeiden sssst en tssst
slopen op tenen terwijl ik handen
stak door het oppervlak
wegdreef en vroeg
Red mij
Red mij

toen moest ik gaan staan
anders konden ze me niet zien
maar ik had geen benen meer
zij zeiden van wel en namen me mee
ze diagnosticeerden, infiltreerden,
mijn bloed, mijn hoofd, analyseerden me
in röntgen, brachten me terug tot
8 pillen
8 pillen

daar zag Ik de wereld vanbinnen
zo verlaten als een beschoten stad
met schutters op elke dakrand
en huilende baby’s zonder ouders
ik zag monden met tanden maar zonder woorden
ogen die verkoolden en stikten in het zwijgen
en ik, wist niets
Red mij
Red mij

weet niet of ik terug wil of eraf
lig te hopen op een besluit
en de vertaling
die maar niet komt.