Finished

Aan het strand op Koh Tao werken vooral Birmezen. Ze komen vrijwel allemaal om geld voor thuis te verdienen. Ze zijn de allochtonen van Thailand. Het zijn vaak zachtmoedige mannen en vrouwen, jongens en meisjes, die hard werken. Dat is in ieder geval wat wij tot nu toe zagen.
In Thailand is een baan van sochtends tot savonds laat en zeven dagen per week niet ongewoon. Ze verdienen daarmee vaak niet veel meer dan 7.000 Bath per maand, zo’n 225 Bath per dag (wat omgerekend zo’n 6 a 7 euro is) en kost en inwoning. Één dag per maand zijn ze vrij en één keer per jaar krijgen ze een biertje. Soms, als ze mazzel hebben, betaald hun baas een maand vrij, de tijd om naar huis te gaan, door.
Dit lage loon en de lange dagen werk weerhoudt Tee, Mauo en Aung en de vele andere bijzondere mensen die we tegen kwamen in de eet-tentjes op Koh Tao, er echter niet van om met een brede lach en een groot enthousiasme Leloup over haar haren te aaien, ons te vertellen over hun familie thuis, onvermoeibaar grapjes te maken en zo steeds weer alles als vanzelfsprekend uit de kast te trekken om ons ons welkom te laten voelen.
Zo aten we vaak bij Aung, of beter gezegd bij het strand tentje waar Aung werkt. Aung is een tengere jonge man met donkerbruine ogen, weerbarstig zwart haar en blote voeten. Hij heeft twee t-shirts vertelt hij enthousiast. Voor hij werkt wast hij de één voor de volgende dag en trekt de ander aan. Hij lacht een grote mond witte met bruine tanden vrij als hij het vertelt.
‘S ochtends ontbijten we vaak bij Aung. Met zijn enthousiasme bepaalt hij de ‘mood van de dag’. Hij verwelkomt ons met stralende ogen, lacht en herhaalt onze voorkeuren ‘fres Coffee Yes? Orange jui no suga no wate, Yes?
Als we klaar zijn met eten of als hij iets van de tafel wil opruimen zegt hij ‘sorry, this isse aa youa finished, yes?
Mooier Engels is er niet door alles wat hij met deze beleefd bedoelde zin, en alles onder de woorden door, zegt.
We houden van Koh Tao en missen de sfeer en al de Koh tao’enaren nu al. Juist deze warmte maakt Koh Tao zo fijn.
Waarschijnlijk was dit ook de reden waarom ik vandaag zo moest lachen om Leloups woorden.
We hadden gedoucht, ons gekleed voor de terugreis naar Nederland en de tassen waren dicht. Rick liep al vast vooruit naar de lift van het hotel terwijl hij riep ‘ kijk nog even onder het bed Man, voor de zekerheid’. De deur naar de gang stond open waar Leloup geduldig op me wachtte met een grote tas.
Terwijl ik de rolkoffer tegen het bed plaats en door mijn knieën zak om onder het bed te kijken hoor ik haar vrolijke stemmetje ‘sorry, this isse aa youa finished, yes?.
Ik kijk op en zie haar onschuldige dromerige gezichtje me aankijken. Het was er zichtbaar uitgefloept. Terwijl ik naar haar kijk, zo op mijn knieën, schiet ik in de lach en herhaal ”sorry, this isse aa youa finished, yes? Zij lacht nu ook.
We trekken de tassen zwalkend vab het lachen naar de lift en herhalen ‘sorry, this isse aa youa finished, yes? ‘sorry, this isse aa youa finished, yes? ‘

Sorry, Yes, de vakantie isse aa youa finished, yes!

Etsen van zijn

Nog twee dagen hier, op Koh Tao. Het eiland waar we zo’n dertien jaar geleden per ongeluk neerstreken en nooit meer helemaal vertrokken. Ik probeer de dagen te etsen. Ze te kerven op de koperen platen van mijn zijn. Zodat ik ze er thuis uit kan halen en stiekeme afdrukjes van kan maken op donkere dagen.
Ik hoef geen plaatjes van een blauwe zee met een wit strand boven mijn bed, dat is het niet, het is iets anders.
Ik kerf alvast deze nacht en deze ochtend;
De wind ruist om ons één kamer huis en glipt met lange vingers door de open ramen. Aait mijn gezicht en de haartjes op mijn blote benen. Ze mengt met het golvende geluid van de zee en wedijvert met de rustige slagen van de ventilator boven ons bed.
Het huis is niet groot en van hout en als je anders kijkt zou je het armoedig kunnen noemen maar voor ons heeft het alles wat we nodig hebben. Een kleine badkamer met lauwe douche, een groot en een klein bed waarop we onze blauwe lakens hebben gespreid en de grote veranda. We wonen hier op het strand. De zee ligt 20 meter voor ons als een al net zo gespreid laken.
Tegen de ochtend wint de wind en weet ze de kamer te koelen, net voordat de hanen kraaien. Dan klik ik de ventilator uit en wordt alles rust. Ik draai me op mijn zij, hoef nu niet meer op mijn rug de wind te vangen voor verkoeling en doezel weer in slaap.
De start van een nieuwe dag.
Een zacht strijkend licht wat ons wekt en ieder op zijn eigen tijd op laat staan. We praten niet. Niet nodig. We hebben na drie weken de zee in onze ogen net als alle mensen die hier wonen. Wie als eerste wakker is opent de deur naar de veranda waaronder het zachte zand al op onze tenen ligt te wachten en honden in alle kleuren en maten zich nogmaals omdraaien in de prille dag. Alleen de kippen zijn al met hun kuikens aan het scharrelen tussen de huisjes. Kuikentjes die soms al scharrelend in slaap vallen en daardoor hun broertjes, zusjes en belangrijker, hun moeder uit het oog verliezen. We zien ze luid piepend met lange nekjes smiddags tussen de andere kippen. Geen kip of haan die naar ze kraait. Soms vinden ze hun moeder terug, soms vindt een ander dier hen eerder.
We gaan zitten, blijven nog even staan, rekken ons uit of hangen op de houten veranda balustrade en luisteren al kijkend naar de logica van de ontwakende dag.
Het oneindige, oneindige kabbelen van de zee in al haar schakeringen blauw met grijs en wit waarop de enkele vroeg vertrokken duikboten zich aftekenen aan de horizon. De orde van de dagen hier. We trekken geen schoenen aan. Er zijn geen ochtendhandelingen nodig voor ‘naar buiten gaan’.
Langs het huisje loopt de Thaise klusjesman van de oude gedistingeerde dame waar we van huren, met zijn hond Pepsi. Hij glimlacht, knikt terwijl zijn bruine blote bast en zwarte dikke haren glanzen in het licht. Hij heeft geen haast. Ook zijn lachende ogen dragen het blauw van de zee in zich. Hij veegt het strand. De dag is begonnen.