Sussen

Boven je platte buik omhoog, onder tengere schouders
witte lijnen, een landkaart van verloren gebied. Hier
wordt de strijd gestreden, zonder keus.

(Het leven op de huid gedrukt zo
moest het weer gaan groeien.)

Op je buik liggend is het nu zacht maar onder het borstbeen sneden ze de angst door je spieren, naaiden ze plat,
stopten weg een onbetrouwbaar beest,

een wolf die huilt als je de deur wil sluiten, die gromt naar de stilte van jouw slaap, een jengelende kleuter die vraagt
naar ‘het waarom’, de dronken toerist die verloren blijft

op de kaart, zoekt met lange vingers -waar naar toe dan afslaat
naar de donkere steeg, waar onrust druipt van de gehavende muren, waar een vrouw kijft en geen hongerige hond blijft,

(waar ze doden voor de hoop op morgen, op dit uur.)

Daar draai jij je dichter in het witte laken. Legt lange armen
om je volle hoofd. Fluistert zuchten langs voorzichtige adem.
Bent van slaap en rust beroofd. En om niemand te belasten

of storen, aai je de lijnen als weerbarstig haar. Komt bij iedere oneffenheid jezelf weer tegen, sust zo het dier in slaap.

 

 

Tussen haken

In het huis voor zieken hoor ik onze stemmen
kaatsen, tegen hotel witte wanden. We proberen het;
knijpen onze ogen dicht, zijn bij zee,
in een vorig land, jij lacht, mijn zus.

We trekken de minibar open maar plunderen niets,
het loopt hier uit de hand, zusters zeilen binnen,
met handen vol aan ons, of eigenlijk jou
wat kunnen we beginnen als je steeds weer

tussen vingers door blijft glippen.
Je lacht, zus, en ziet ons al zwemmen,
daar betalen we goud voor, de sjacheraar
die ons meer biedt dan deze; doodlopende tripjes

door dalen waar de bomen ons de adem benemen maar
een bezoek aan de toppen niet in de koop is inbegrepen.
Je schuift je heup en trekt aan pijn,
we nemen de rolstoel niet mee, herinneringen
naderen het dichtst ons verlangen

daar horen rennende benen bij.
We ketsen al vlug als kogels terug
van de wanden, branden vragen af, oh zuster,
we proberen er echt niet in te blijven steken.

(dat maar niets zal breken! op dit bezoekende uur)

Ik breng mijn hand omhoog en kruis bedreven mijn vingers
een schaduwvogel op de hagelwit beschoten muur.