Een wrede stilte

Hier komen we samen. Vraag naar ons. Ze zullen je wijzen waar.
Na de deur neem je de steile trappen, je slaat niet af maar
pas boven blijf je staan.
Daar vind je een ruimte met stille mensen. Ze wachten
met gestreken handen,
op hem, net zoals jij zult doen.
Neem een plaats die vrij is.

Hier is het, hier zal het zijn.
Hier speel je allereerst de nonchalance
met verve
en herhaalt de namen.
Als hij komt zul je het weten.
Hij zal lachen als hij ons ziet, het teken. Het komt goed.
Hij weet tenslotte waarvoor we komen, neemt plaats en
fluistert een naam.
Dat is het teken.

Dan schuiven we woorden
over de bleke tafel en leggen letters in het felle licht.
Ook jij.
We kijken toe hoe hij met zachte handen ontleedt en vraagt
of iemand anders nog wil snijden. Dan zwijgen we vooral, in wrede stilte.
Wij, zorgvuldige vreemden.

Daar zul je ons vinden en weten dit ben jij.

 

 

 

[ode aan de schrijversvakschool]

 

Prooi

Hij zit naast me aan de andere zijde
kijkt als een hert door de coupe
gekneusde papieren in zijn lange handen
die nergens lang blijven
ze strijken langs de randen
volgen trillend de lijnen van zijn mond
wrijven knieën
omvatten zijn hals
pakken wat valt weer van de grond

Ter Apel in Arabische tekens
magische vormen als tussenstations
voor deze reis

grote bruine ogen kruisen mijn blik
ik mompel
‘pas op voor de jagers’
hij hoort me niet maar slikt
‘Is this the right way, is this oké’
ik knik
maar denk
nee
wat weet ik tenslotte van dit soort vragen
ik leef niet in het wild

 

De school

Er waren meerdere trappen die ieder een andere verdieping
bereikten. Ik heb ze niet allemaal gelopen. Ik koos er één. Ze
waren stuk voor stuk steil en ook deze. 37 treden van
beneden vandaan. Boven was het donker en stil. De trap
eindigde bij een deur waarachter de leegte van een open
ruimte me overviel en ik ging liggen op de vloer. Koud beton
voor een verhit hoofd.
Beter kun je niet teveel wensen als er ook al niet veel wordt
beloofd. Trappen zouden ergens toe moeten leiden, de moeite
van het beklimmen waard. Het gegeven van omhoog wekt
hoop.
Ik vond er een nieuwe slaap. Al waren er wel meerdere trappen
die een andere verdieping bereikten.

Wolkenjacht

[Voor Tessa]

Vandaag vertrokken we

weer
op wolkenjacht
donker gepakt boven onze armen
die
om hart
om haar
een schild
voor foute woorden
welke we geen oren wilden geven
niet te vertrouwen
de inhoud die we ervan bezworen
gekruiste vingers
zonder resultaat

Het is er

weer
nu
ons bataljon
van moedige krijgers
noodgedwongen paraat
met stok en zwaard met nieuwe moed
want
Wij zijn niet bang
Wij zijn niet bang
Wij zijn niet bang
samen worden wij

de wind
de storm
die jouw luchten schoont
en klaart
Wij zijn niet bang
Wij zijn niet bang