De sleutel

 

Mijn dochter was haar fietssleutels kwijt. We hadden al overal gezocht maar ze niet gevonden. Het was op school gebeurd. Ik had de school uitgeplozen en de juf en conciërge ernaar gevraagd maar zonder resultaat. Teruglopend naar mijn eigen fiets bedacht ik me dat de sleutels misschien wel bij de school om de hoek waren afgegeven.

Om de hoek zit een school waar middelbare scholieren die het op andere scholen niet hebben gered terechtkomen. Het zijn niet zozeer leerlingen die slecht kunnen leren maar vooral ‘moeilijke’ leerlingen. Leerlingen die om wat voor een reden dan ook, extra zorg nodig hebben. Ze komen s’ochtends aangelopen met hun capuchon over hun hoofd getrokken zodat hun ogen nauwelijks zichtbaar zijn. Sommigen met  een zak chips  in hun hand. Ze hebben geen haast om naar school te komen. Regelmatig is er geduw en getrek in de smalle straat en af en toe een gevecht. Een enkeling groet terug als ik in het voorbijgaan ‘goedemorgen’ zeg. De juf in mij wil toch die lach op hun gezicht toveren. Soms lukt dat. Al is het vaak maar een klein lachje.

Ik loop het smalle zijstraatje in waar de school zit en besluit te vragen of de fietssleutel bij hen is afgegeven. Ik parkeer mijn fiets terwijl een aantal jongens me passeert om de school binnen te gaan. Ze kijken langs me heen met een verveelde blik. Ze hebben er duidelijk zin in vandaag.

De grote glazen deur is op slot. Ze bellen aan. Ik loop met de vier jongens mee naar binnen.

Achter de deur is een klein voorportaaltje met daar weer achter een wat grotere hal. In de hal, meteen links is een raampje naar een afgesloten glazen ruimte, hier lijkt de administratie te zijn. Een jonge vrouw loopt er druk rond. In de hal staan twee mannen van boven de veertig. Eén man is Surinaams, de ander kan ik wat moeilijker plaatsen maar lijkt Turks. De mannen doen me denken aan de zilverrug gorilla in Artis. Ze kijken, zijn er, zien alles en zullen niet opzij gaan. Ze negeren mij maar ik weet dat ze me al van verre gezien hebben.

De Turkse man heeft een lijst in zijn hand.

Ik wacht naast het raampje van de admnistratie want wat me meteen duidelijk is, is dat niemand hier nu echt tijd voor me heeft. Ik ben beland in de startrituelen van een nieuwe schooldag en die liegen er hier niet om. Ik voel de hoge energie, de totale focus van de mannen en de drukte van de jonge vrouw in de glazen afgesloten ruimte. Hier mogen geen fouten gemaakt worden. Hier ben je alert, gefocust, op je hoede.

De jongens grommen wat voor zich uit, maken hun borsten breed en ijsberen in de ruimte die de twee mannen hun geven. Ze staan geen seconde stil. De capuchons gaan pas af als de mannen hen aanspreken. De mannen zijn breder, stellen vragen en versperren de weg.

‘Heb je je spullen bij je Kelvin?’ Ik hoor het antwoord niet maar zie de jongen zich omdraaien. Hij gromt ‘ Laat me gaan, laat me dan naar huis gaan, ik heb die spullen nu toch niet, dan kan ik hier ook niks.’ Er wordt niet op gereageerd. In plaats daarvan schrijft de Turkse man iets op de papieren in zijn hand. Mannentaal is hier de code. Weinig woorden en veel zwijgend aftasten. Wat wel gezegd wordt is een afgemeten dagelijkse strijd. De jongens weten dat ze van deze mannen nu niet zullen winnen maar iedere dag opnieuw zullen ze het proberen.

Een kleinere jongen wacht voor me bij het raampje van de administratie. Hij heeft zijn rug naar de grotere jongens toegedraaid terwijl zijn schouders moedeloos naar voren hangen in zijn grote jas. Hij wacht. De getatoeëerde armen en de scherpe blik van de magere jonge vrouw achter het glas doen me eerder denken aan een havenarbeider dan aan een administratief medewerkster van een school.  Ik bedenk me dat je hier misschien ook meer hebt aan een havenarbeiders mentaliteit dan de verfijnde skills van een administratief medewerkster.

‘Hé Rory’ zegt ze warm terwijl ze voorovergebogen over een laatje de blik vangt van de kleine jongen met de moedeloze schouders. Hij zegt niets. Haar vingers glijden over de namen op het ladekastje en stoppen bij een laatje in het midden. Ze haalt er een potje uit. Ze draait zich om, loopt de paar passen naar het raampje en draait het potje open. Ze schudt zorgvuldig drie pilletjes in de uitgestoken hand van Rory. Ze draait zich terug, tapt routineus een bekertje water en geeft het aan hem. Dan pas zie ik dat haar handen trillen.

‘Kan ik iets voor je doen’ zegt ze terwijl ze kijkt hoe Rory zijn pilletjes inneemt.

‘Hebben jullie misschien een fietssleutel gevonden of is er een sleutel bij jullie afgegeven’ vraag ik. ‘Sorry, nee’ zegt ze. Haar toon is vriendelijk en behulpzaam maar haar tijd is duidelijk beperkt. Ik bedank en draai me om waar ook de mannen doorwerken in totale focus.

Ik loop naar buiten en denk aan mijn jaren onderwijs. Ik ken deze focus. Ik ken de stress die stapelt door de jaren. Ik ken de passie waarmee deze docenten proberen om deze jonge mensen een nieuwe kans te geven. Ik weet hoe het voelt om door die harde buitenkant heen de pijn bij kinderen te zien en hoe dat je helpt om iedere dag er weer te gaan staan. Dat je weet hoe het zonder jou en je collega’s zal gaan met deze jongens en meisjes en hoe dat je de energie geeft om voor ze te blijven knokken. Ik weet ook hoe het je opvreet. Hoe veel het kost. Hoe je op kunt zien tegen de nieuwe week. Hoe je alle zeilen bij moet zetten om ze steeds weer met kleine zetjes de goede kant op te duwen, te leren dat de wereld niet alleen maar strijd is, niet iedereen een potentiele vijand, het niet alleen maar gaat over het recht van de sterkste, dat ze hun maskers mogen laten vallen en mogen gaan leven.

Ik zou terug willen lopen en deze twee mannen en deze jonge vrouw willen zoenen. Ze zeggen hoe geweldig het is wat ze doen. Ik zou op een stoel willen gaan staan en een speech voor ze willen houden over hoe hard deze stad, dit land, deze wereld, mensen zoals zij nodig heeft. Hoe erg ik het vind dat hun beroep zo ondergewaardeerd wordt. Hoe er te weinig compensatie is voor de hoge werkdruk in tijd of financieel. Maar Ik pak mijn fiets en loop de straat uit richting de gracht want ik weet dat ze er geen tijd voor zullen hebben.

Ze moeten door.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.