Leren van Buikpijn

Vandaag was mijn meisje thuis met ‘buikpijn’ . Ze is wel vaker een dagje thuis met ‘buikpijn’ of andere vage klachten. Ik kan de bui altijd dagen van tevoren al zien aankomen namelijk – na veel indrukken, veel verschillende dingen op school, thuis en in het weekend of na toetsweken. Langzaam zie ik haar dan vol raken, wat resulteert in steeds meer hangen op de bank.
We verwachten steeds meer van onze kinderen. Ook op het Arte vertelden leerlingen me na het meesterproef project, hoe ze bijna overspannen zijn van alles wat ze moeten, ‘nee, ik ga niet meteen doorstuderen, ik neem een tussenjaar, ik ben zo moe, zo op, ik wil even niet meer moeten leren. Alle docenten zijn gestrest doordat ze zoveel moeten en dat leggen ze vervolgens weer bij ons neer. We moeten zoveel opdrachten af hebben en leren. En daarbij vergeten ze dat alle andere docenten dit ook doen.
Ik heb dit jaar nog niet 1 keer het gevoel gehad dat ik iets op tijd af had. Het is continue vechten tegen de bierkaai. Ik doe niets meer voor mezelf’
Ik vind het erg om dit te horen. Heel erg. De prestatie maatschappij is aan het doldraaien. Overspannen kinderen, overspannen tieners, en we werken er allemaal aan mee; de regering met haar school inspectie en het steeds grotere belang van resultaten, Cito scores en het belang wat wordt gehecht aan zichtbaarheid van de resultaten dmv toetsen, cijfers, leerling volgsystemen etc. Allemaal heel veel werk ook voor de docent. De docent doet er ook aan mee door er weliswaar vaak tegen te zijn maar desondanks er toch in mee te gaan en vervolgens de cijfertjes toch als maatstaf te gebruiken tov de leerling. En dan tenslotte de ouders, die steeds meer belang gaan hechten aan deze zichtbare scores, zelfs als ze eigenlijk al het andere niet meetbare ook heel belangrijk vinden, de getallen sturen en dwingen, zodat ze zowel de docent als hun kind er toch steeds meer mee onder druk zetten.
Allemaal met alle goede bedoelingen maar het kind is de dupe. Want door deze verschuiving zet bijv. menig ouder zijn kind op bijles, durft menig docent en leerkracht niet meer te varen op zijn/haar eigen inzicht en intuïtie over wat belangrijk is voor het kind. Word er doorgejakkerd in de klassen en is de druk hoog en word er toch nóg maar een toets ingegooid om zeker te zijn van hoge eindscores bij Cito of eindexamen. Met als resultaat nog meer gestreste kinderen en ongemotiveerde jongeren.
Zorgelijk.
Vandaag bleef leloup thuis. Toen ik naar mijn werk ging, hing ze moe en lusteloos op de bank. Bij thuiskomst trof ik een getransformeerd meisje aan. Door de ruimte van een lege dag, de lange lege uren, was haar hoofd weer gevuld. Door het huis loopt het meest creatieve meisje dat ik ken. Ze tekent de ene nieuwe creatie na de ander, verkleedt zich en speelt rapunzel in een eigen versie en stelt vragen als ‘wie is eigenlijk Ai Wei Wei?’ En doet vervolgens geïnteresseerd mee aan een gesprek over kunst, kunstenaars, communisme en creëren.
Dit is leloup!
Leloup is geen A/B/C of D, ze is geen cijfer, zelfs geen 10.
Ze is zoveel meer dan er getoetst kan worden maar ze heeft wel de ruimte nodig om zichzelf te mogen blijven.
Erg dat ze daarvoor ‘buikpijn’ moet krijgen in deze maatschappij.

 

[bloglovin_button]

Botox of litteken verhaal

Botox of litteken verhaal?
Ze schoof naast me op 1 van de bankjes bij de ingang van het gebouw en zei terwijl ze onderuit zakte op de hoekige banken; ‘ik denk dat ik deze groeven ga laten Botox’en.’ Ze wees naar de lijntjes, tussen haar donkerbruine ogen, die mij nooit eerder in hun individualiteit waren opgevallen. Ik bestudeerde ze, sierlijke linosneden als bewijs van haar scherpe kritische kijk op zaken.
In het begin had ik aan haar moeten wennen. Ze praat met niemand mee en stelt vragen waar anderen hun mond houden. Ze stelt sowieso veel vragen. Ze fronst bij ongenuanceerde uitspraken en zegt eigenlijk nooit gelijk -ja-. Ze kijkt de kat uit de boom, om het zo maar te zeggen of beter vraagt waarom hij er eigenlijk zit.
Ik daarentegen, zie al bij het minste zuchtje wind de mooiste stormen waaien, denk met nog geen drupje water mijn glas half vol.
Ze is me dierbaar geworden. Ze is met haar extreme andere kijk mijn spiegelbeeld. Ik herken mijzelf door haar.
Ik heb geen lijntjes tussen mijn ogen. De mijne liggen horizontaal er juist boven, een rimpeling als in water, een rimpeling van verwondering over iedere dag, of groter, het hele leven.
Ik weet dus ook niet of het erg is haar lijnen te hebben.
Ze zegt ‘kijk, als dit weg is, is het veel beter.’
Ik kijk maar vind haar alleen maar heel mooi. Ik zeg ‘nee, niet doen, niet doen, ik vind je mooi zo.’ Ik herhaal dit een paar keer en hoop dat ze overtuigd raakt.
De dagen erna blijft het me bezig houden. Vooral de paradox van mijn bewondering voor haar mooie krachtige verschijning, de gedachte die ik meerdere malen heb gehad als ik haar zie dat vrouwen van 50 echt heel mooi zijn, tegenover haar vraag, die zo duidelijk bloot legde hoe zij dit zelf niet ziet.
Ik app haar nogmaals dat ze het niet moet doen. Ik zeg haar dat ik haar echt heel mooi vind zoals ze is. Ze antwoordt dat ze daar blij mee is.
Nu, een aantal weken later, denk ik er weer aan. Mijn zus re- postte een bericht over een jonge vrouw en haar eerste zomer zonder borsten, haar ervaring. Mijn zus re-post dit in herkenning. De littekens waar de jonge vrouw topless mee te zien is zijn haar verhaal. Ook zonder borsten is de vrouw op de foto mooi. Zo ook mijn zus. En ik ben trots dat ze dat zo krachtig kan dragen. Dat littekens niets voorstellen bij het feit dat ze nog leeft.
Het leven tekent ons. Ons allemaal. De lijnen, de littekens op ons lichaam, ons gezicht zijn de verhalen van ons leven. Sommigen komen er door ongelukjes, ongelukken, of ziekte, anderen door de weg die we bewandelden, de manier waarop we het leven bekeken, er op reageerden, het bekritiseerde of ons erover verwonderde. Er is daarin geen mooi of lelijk. Alle lijnen hebben hun eigen verhaal. Een verhaal om door te vertellen. Bijvoorbeeld zoals nu op vakantie bij een kampvuur of onder de hoge bomen in een dennenbos. In ons gezin noemen we het ‘de litteken verhalen’. We proberen de littekens als verhaal, met de juiste spanning, en nodige dramatiek, als waarschuwing of wijsheid door te geven. Er is nooit iemand zonder verhaal. Ik hou van deze verhalen.
En door deze mooie dame met de scherpe blik realiseerde ik me hoe ik haar lijntjes zou missen, hoe ik al jullie lijnen, lijntjes, littekens, jullie lichamen vol bewijzen van leven zou missen als jullie deze allemaal zouden herstellen naar nieuw, resetten naar nul, naar lichamen die zogenaamd nog moeten beginnen met leven. Lichamen zonder zichtbaar verhaal.

 

[bloglovin_button]

liefdesverklaring

Kreeg een hele lieve liefdesverklaring vanavond :
De maandagavond bereid ik leloup altijd even voor op de dinsdagochtend zodat ze niet dramatisch huilend achter me aan rent in de vroege donkerte, overvallen door het onverwachte afscheid.
(Ja, de genen voor heftige emoties en drama zijn goed doorgegeven)

Want ook al probeer ik iedere keer weer zo zacht mogelijk het huis uit te sluipen, ze hoort me vaak toch.

Ik: ‘ik moet morgen weer heel vroeg werken weet je nog, dus ik ben al weg als je wakker wordt’
Leloup: ‘oh ja……dan moet je me wakker maken als jij wakker wordt’
Ik: ‘nee dat is geen goed idee’
Leloup: ‘waarom niet?’
Ik: ‘omdat je, je slaap hard nodig hebt liefje’.’
Met een vastberaden blik kijkt ze me aan, slaat haar armpjes over elkaar en zegt….
‘ik heb mijn slaap niet hard nodig!
ik heb jou hard nodig!’

[bloglovin_button]

Wolkenjacht

[Voor Tessa]

Vandaag vertrokken we

weer
op wolkenjacht
donker gepakt boven onze armen
die
om hart
om haar
een schild
voor foute woorden
welke we geen oren wilden geven
niet te vertrouwen
de inhoud die we ervan bezworen
gekruiste vingers
zonder resultaat

Het is er

weer
nu
ons bataljon
van moedige krijgers
noodgedwongen paraat
met stok en zwaard met nieuwe moed
want
Wij zijn niet bang
Wij zijn niet bang
Wij zijn niet bang
samen worden wij

de wind
de storm
die jouw luchten schoont
en klaart
Wij zijn niet bang
Wij zijn niet bang

Moeders

Moeders

Ik was achtentwintig toen ik zwanger werd. Het ging me niet vanzelfsprekend af. Ik moest wennen aan alle veranderingen. Naast dat mijn lichaam veranderde kon ik opeens niet genoeg krijgen van negerzoenen en de geur van Ajax. Daarnaast twijfelde ik aan de kleinste dingen. Zou ik mezelf straks nog wel zijn? Was ik nu lelijk? Zou mijn hele leven veranderen? Wat als ik het niet leuk zou vinden? Ik was een hormonale kermis.

De bevalling was thuis en begon de zaterdagochtend. Ik wist het dit keer zeker. Rick bouwde het bad op en we kochten zonnebloemen. De dag ging rustig voorbij en in de avond belden we, toch maar, de vroedvrouw, voordat het nacht zou worden. Ik zei tegen haar, ‘als dit het is, bevallen, dan valt het best mee!’ Ze lachte en antwoordde waarschuwend ‘dat heb ik nog nooit een vrouw horen zeggen.’
Alles was goed, één centimeter ontsluiting. Ze kwam later terug, zei ze, en vertrok. Met het dichtvallen van de deur barstte er een orkaan in me los. Ik ging van het toilet naar de badrand, naar de stoel en terug. Rick zei, ‘ga het water in.’ Ik ging.
Het water was warm en sloot zich als een geruststellende deken om mij en mijn dikke buik heen maar ik kon alleen maar denken: dit kan ik niet, dit kan ik niet!
Ik voelde de paniek in me omhoog komen. Ik kon hier niet onder uit. Ik moest dit doen.
Op het gordijn stonden poppetjes, of iets dat ik op poppetjes vond lijken, daar focuste ik me op. Het werd mijn redding. Ik voelde de paniek wegglijden. Vanaf dat moment had ik een houvast. De uren regen zich aan elkaar. Tegen de ochtend belde Rick nogmaals de vroedvrouw. Ze kwam. Betty. Betty was stevig met grote borsten. Ze stapte binnen, snoof de lucht op en zei, ‘dat gaat goed.’ Na een check bij mij en de conclusie dat het goed op weg was, ging ze een kopje thee drinken met Rick in de keuken.

Ik dreef in mijn eigen wereld, mijn oren onder water, was stoned van alle endorfines die los waren gekomen in mijn lichaam. Ik mediteerde bij iedere pijngolf op de poppetjes in het gordijn, raakte ieder bewustzijn van tijd kwijt en was nergens anders dan in deze enorme natuurkracht.

Ze kwam terug uit de keuken en zei, ‘het laatste stukje.’
Ze stond aan de rand van het bad en op haar zwarte shirt met korte mouwen las ik – Party City Amsterdam-. Ze maakte een opstropend gebaar over haar armen alsof het shirt lange mouwen had en plaatste een spiegel in het bad. Zo zag ik Bonk geboren worden. Nog onder het oppervlak keek hij de wereld in en draaide zich omhoog. Terwijl Rick, die inmiddels achter me in het bad zat, hem opving, herkende ik iedere beweging van zijn lichaam, niet vanuit een eerder zien maar vanuit een voelen. Zijn ogen waren wijd open. Hij keek ons aan en ik wist dat ik deze jongen altijd al had gekend.

Vanaf dat moment was de wereld verandert. Ik was verandert. Als ik door de stad liep keek ik naar de andere moeders en realiseerde me dat zij allemaal hetzelfde hadden gedaan. Ik voelde me verbonden, was trots op al die andere vrouwen. We deelden een geheim wat niet uit te leggen viel, alleen aan elkaar. In het park keek ik naar een moeder met een baby op een kleedje en herkende haar houding: zoals ze daar zat met haar rug recht, het kindje voor haar, een leeuwin. Ik zag de blik in de ogen van vrouwen achter kinderwagens. De vrouwen met baby’s in draagzakken en later de moeders op school en in de speeltuin. Met een knikje van herkenning en een klein glimlachje groeten we elkaar. Wij waren moeders.

Een paar weken na de geboorte van Bonk, bedacht ik me hoe nonchalant ik was omgegaan met de geboorte van de kinderen van mijn oudste zus. Het was toen nauwelijks bij me binnen gekomen. Ik was natuurlijk wel op kraamvisite gegaan, had ongetwijfeld ge-oht en aht maar had niet begrepen wat ik nu begreep. Een gevoel van schaamte bekroop me.

Ik belde haar op. Ze nam op en als vanzelf ontspon zich een gesprek over onze kinderen, over moeder zijn. Toen we een tijdje hadden gepraat vertelde ik haar mijn schaamte en zei dat het me speet, dat ik niet had beseft hoe groot, hoe intens…dat ik haar toen niet had begrepen. Dat ik me nu pas realiseerde wat het betekende, moeder zijn.

Ze luisterde en lachte, ‘zusje’ zei ze, ‘dat geeft niks, dat geeft helemaal niks, het is toch logisch, je hebt nu eenmaal moeders en niet moeders en dat zijn twee verschillende werelden.’

Ik knikte aan de andere kant van de lijn. ‘Ja,’ zei ik, ‘dat klopt.’