De sleutel [vervolg]

De sleutel werd niet gevonden.
Nadat ik al een paar dagen met mijn inmiddels best lange en dus ook best zware tienjarige dochter door de stad had gecrost omdat haar fietssleutel verdwenen was en ik mezelf voor de twaalfde keer het hoge bruggetje op de Brouwersgracht op zag zwoegen, bedacht ik dat het tijd was voor de slijptol.
Normaal gesproken roep ik dan de hulp in van mijn steun-en-toeverlaat maar die is nu even niet voorhanden. Met een handige man in huis is de vraag bijna geautomatiseerd ‘kun jij even…Wil jij even…Er is een probleempje…’
Stiekem geniet ik ervan dat dit nu niet kan.
Ik houd van klussen. Ik ben er lang niet zo goed in als hij maar redde me zonder hem eigenlijk ook best goed.
Terwijl ik de brug afrol kriebelt er iets in mijn buik, ik verheug me op de slijptol.
Thuisgekomen ga ik meteen op zoek. Ik loop de trap op naar de werkkamer waar in een hoek het gereedschap ligt. – Nou ja ‘ligt’ er staan wat kratjes waar het gereedschap, na een dag klussen, in verdwijnt. Van enige ordening is geen sprake. –
Ik worstel wat kratjes door, open wat gereedschapskoffertjes en ja, daar ligt hij, de slijptol in ruste. Ik glimlach en til hem er zorgvuldig eruit. Ik weeg hem in mijn hand en bekijk het mechanisme. Zwaar en mooi. Het mechaniek ziet er niet erg anders uit dan een boor dus dat moet lukken.
Als cadeau voor mijn slagen van de theaterschool kreeg ik van mijn ouders een boor. Ja, een boor. Ik wilde heel graag een boor. Ik herinner me nog het gevoel toen ik het groene koffertje zag en open maakte, hoe de boor daar lag als krachtige medestrijder voor al mijn leuke plannetjes in huis. De kleine hulpstukken ernaast waarmee ik de muren te lijf kon gaan, ware euforie. Het beste cadeau ever!
De volgende ochtend vertrek ik met mijn dochter achterop, een verlengsnoer en de slijptol, op oorlogspad. [Ik heb voor de zekerheid nog even een YouTube filmpje bekeken en op het laatste moment een veiligheidsbril in de tas gegooid.]
Op de fiets vraagt mijn dochter ‘kunnen we niet toch beter op papa wachten?’ ‘Nee, natuurlijk niet liefje, ik kan dit ook. Mijn moeder, jouw oma zei altijd – als iets het niet doet dan maak je het open en kijk je of je het op kunt lossen-, dit is net zoiets. Dit moet even opgelost.’
Op de school aangekomen kus ik haar zachte wangen en aai nog even door haar blonde manen. Gesteund door het citaat zie ik haar vol vertrouwen naar binnen lopen en check ik onderwijl of er niet te veel ouders voor de deur hangen. Het is rustig, het is al laat, de school is begonnen. Ik sjouw haar fiets naar de voordeur en zoek binnen een stopcontact voor het verlengsnoer. Ik draai de fiets om en zet haar op het stuur en zadel. Ik sluit de slijptol aan, zet de veiligheidsbril op en start de tol. Het scherp zoemende geluid vult de straat en behendig plaats ik het blad op de ronding van het slot. De oplichtende vonken vliegen door de lucht en ik voel de warmte en de kleine zachte tikjes van het weg geslepen ijzer tegen mijn wangen. Deze kant is door. Ik begeef me vakkundig naar de andere kant en zet de tol weer aan, plaats de schijf en geniet van het geluid en het vuur. Het stukje ijzer valt op de grond en ik zet de tol uit. ‘Altijd fijn hè een beetje slijpen’ zegt de vader die voorbijloopt. ‘Ja’ zeg ik terwijl ik de bril zelfbewust omhoogschuif, ‘altijd fijn.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.