Al zegt dat niets

Wat ik wel kan
in een meute, massa, mensen,
lopen,
op een drukke dag,
tegen de stroom in,
eindigen.

Wat ik wel kan
is, onder ogen door huid,
er niet zijn.
Ik kan, blijven denken, zo in ganzenpas,
hoe het met rechte rug, beter is.

Wat ook kan is
dat zij het beter weten,
de meute, massa, mens
dat ze roepen ‘pas op er zijn dieven onder ons’
en ik zal zeggen
dat ik hier nooit kom,
dat het toeval is
dat ik ga.

Dat ik dat zeggen kan
dat ik wel ga,
niet vlucht,
dat ik, net als zij,
ook blijf.

Dat ik dat kan.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.