Houd moed

Dus zat je daar met een huis vol
mogelijk geluk. Een koffiekop
met de tekst houd moed,
de extra stofzuiger, lege fotolijsten,
de gevonden koffers in de gang

voor als, zoals ook de extra borden, bekers,
glazen. De herinneringen liggen in de lades
in stapeltjes van betere tijden.
De buurvrouw vraagt of je iets hebt
aan de restjes van haar feest, wat kaas

een stuk taart, de wijn is op, er zijn
natuurlijk weer veel gasten geweest.
Ze plaatst het vanmiddag op de trap.
Daar wacht je nu op onder de slingers
met Hiep Hiep Hoera, die je bewaarde

voor speciale momenten, als deze,
je vond ze in de la.

Wachten op een thuiskomst

laat me zijn
breekbaar samenraapsel van huid en bot
met wangen om van binnen op te bijten
ogen om achter te verdwijnen, een buik
om in te huilen en onverwachte plaatsen
om in te schuilen van schedel, schouder
en het achterste van de tong

laat me zijn
een beven zonder harnas van wimpers
en tanden, lang uitgestrekte binnenwanden,
vuurgedoopte handen, zenuwbanen
waar ieder bericht zich op lijkt te keren,
tot waar het begon

laat me
wachten op een thuiskomst,
een herhalende hartslag of andere tekens
van leven, als alles weer langer dan verwacht
ergens onderweg blijft breken

Toen ik tien was…

Vandaag zei Leloup terwijl ze het laatste stukje brood in haar mond stopte ‘ik hoop dat we niet nog meer technologie hebben als ik ouder ben. Ik vind het namelijk zo, zoals het nu is, precies goed en meer lijkt me niet fijn.’
De avond ervoor had ze een programma op televisie gekeken waarin ze het hadden gehad over mogelijke toekomstige uitvindingen.

Ik bedacht me dat wat zij nu vanzelfsprekend vindt en goed, de mobiel, het internet, social media, vloggen, Snapchat etc. zo anders was dan toen ik tien was. Ik vond de vaste telefoon, de telefooncel voor als je niet thuis was en de drie zenders op televisie, precies goed.
Uiteindelijk ben je dan kennelijk toch een kind van je tijd. Het enige wat niet verandert is de levenscirkel die zich herhaalt. Ook zij zal later, zoals ze nu al voorspelt, denken ‘toen ik tien was…’
Maar zegt dat dan eigenlijk iets over de tijd? Zegt het iets over beter of slechter? Of zegt het eigenlijk alleen maar iets over onszelf?

Lees verder Toen ik tien was…